Datadoelarchitectuur
17 componenten bestuurbaar en financierbaar
Een bestuurder vroeg mij waar zijn besluiten op rustten. Het bleef even stil.
Hij besliste elke week over tarieven, over onderhoud, over vergunningen. En niemand aan tafel kon zeggen op welke gegevens dat precies steunde, of die gegevens klopten, of wie ervoor stond. De besluiten waren er wel. De grond eronder niet. Een doelarchitectuur brengt die grond in beeld. Zij legt de data als fundament, en de besluiten als doel. Alles daartussen is te plannen, te financieren en te bouwen.
Eerst de data. De applicaties komen daaromheen.
Denk aan de fundering van een huis. Onzichtbaar als het goed is, en alles rust erop. De meeste organisaties ordenen hun gegevens naar afdelingen en functies. Maar functies veranderen bij elke reorganisatie, en een klant blijft een klant. Daarom ordenen we de data naar de dingen uit de werkelijkheid, de objecten, en niet naar wie er toevallig mee werkt. Applicaties komen en gaan. De domeinen blijven.
Datagedreven is een houding, besluiten nemen met data. Datacentrisch is een bouwprincipe, eerst de data, daaromheen de applicaties die haar verwerken.
Zes groepen, zeventien componenten.
Vier lagen boven elkaar, twee dwarsverbanden ernaast. Van boven naar beneden lees je haar als een vraag. Welk besluit wil ik nemen, welke domeinen heb ik daarvoor nodig, welke voorzieningen houden die domeinen werkend, en welke afspraken gelden buiten de eigen deur. Van beneden naar boven dragen de lagen elkaar. En de twee dwarsverbanden stellen aan elke laag dezelfde eis.
De datadoelarchitectuurplaat. Vier lagen tussen twee dwarsverbanden. De domeinnamen zijn hier generiek; in een echte plaat staan de acht domeinen van de organisatie zelf.
Een doelarchitectuur die niet financierbaar is, is niet bestuurbaar.
Daarom knippen we haar in zeventien componenten. Elk met een eigenaar, een groep en een groeipad.
Elke laag draagt de laag erboven.
Besluitvorming
Wat het bestuur nodig heeft. De besluiten, en de regels erachter als beslismodel. Het beslismodel is leidend, het proces volgt.
Datadomeinen
Acht domeinen, in de taal van het bedrijf. Grof genoeg om te besturen, concreet genoeg om te herkennen. Besluiten rusten erop.
Voorzieningen
Zes behoeften die in elk initiatief terugkeren, ontdubbeld en één keer gebouwd. Eenmalig vastleggen, meervoudig gebruiken.
Ecosysteem
Data houdt niet op bij de eigen deur. Daar begint zij pas waarde te maken. Afspraken met partners, en één voordeur waarlangs het delen loopt.
En ernaast de twee dwarsverbanden. Governance en organisatie, de mensen: wie is eigenaar, wie beslist een definitiegeschil, wie kan het lezen. Want een fundament dat niemand kan lezen draagt niets. En veiligheid en weerbaarheid: compliance die je aantoont uit systemen, niet uit rapporten achteraf.
Zolang een domein leeg is of geen eigenaar heeft, is het besluit erboven een gok.
Een datadomein is een cluster van samenhangende gegevens, met één eigenaar en één set spelregels. Het datadomein is de bestuurseenheid, het concept de modelleereenheid. Een organisatie kent honderden concepten, maar hooguit acht tot tien domeinen. En een domein is pas op orde als het zes dingen heeft: een eigenaar, een woordenlijst, een bron, een vermelding in de catalogus, een kwaliteitsmeting en toegangsregels. Acht domeinen, zes vinkjes per domein. Dat is de meetlat van het fundament.
Onder de besluiten en de domeinen ligt één taal.
De notatiefamilie die het vak er net voor heeft gekregen.
Eenmalig vastleggen, meervoudig gebruiken. Nu ook voor betekenis.
Het vak noteert werk al jaren in een vaste familie. Het proces in BPMN, de beslissing in DMN, de zaak in CMMN. Drie notaties, drie soorten werk. Maar ze verwezen alle drie naar hun eigen kopie van dezelfde gegevens. Daar is nu een vierde bijgekomen die eronder ligt. SDMN, de gedeelde datalaag. Zij legt een data-element één keer vast in een gemeenschappelijke bibliotheek, en elk proces-, beslis- en casemodel verwijst ernaar in plaats van een eigen versie te maken. Wijzigt de definitie, dan wijzigt zij overal tegelijk.
Dat is precies de woordenlijst uit het fundament, in uitvoerbare vorm. Zij leunt op je datadomeinen, en die leunen op je metamodel en datamodel, en uiteindelijk op datacentrisch werken. SDMN is sinds juni 2026 een formeel aangenomen OMG-standaard. Neem het principe nu al, één definitie waar alle modellen naar verwijzen. Laat de toolkeuze nog even, want de ondersteuning is nog dun. Wie het principe volgt, kan later instappen zonder verbouwing.
Geen veranderinitiatief zonder component. Geen component zonder veranderinitiatief.
Een doelarchitectuur bewijst zich niet met volledigheid, maar met draagkracht.
Het waardestuk is het initiatief. Het bouwstuk is het component.
Elk veranderinitiatief moet op componenten van de plaat landen, en elk component moet minstens één initiatief dragen. De toets sluit aan twee kanten. En er hoort een waarschuwing bij, want de verleiding is om per component een project te starten. Doe dat niet. De veranderinitiatieven blijven de eenheid van waarde, de componenten de eenheid van bouw. De businesscase hoort bij het initiatief, de begroting bij het component.
Wie dat omdraait, begroot bakstenen in plaats van huizen.
Eén kalender, vier banen.
De plaat ligt er. Daarna gaat zij naar de changetafel, waar per component de verandering wordt beoordeeld op impact, risico, samenhang en moment. En dan wordt het één planning. Baan een is de waarde, per initiatief per jaar een niveau. Baan twee is de aansluiting van de domeinen. Baan drie is de bouw, per component. En baan vier is de going concern, het dagelijkse werk dat gewoon doorgaat, met dezelfde mensen. Die vierde baan wordt niet afgeleid maar begrensd. Daar komen het proces en het project samen op één bord.
Weet u waar uw besluiten op rusten?
In een paar gesprekken leggen we uw domeinen bloot en zetten we de eerste plaat op tafel. Zo helder dat een bestuurder haar in tien seconden leest.
Plan een gesprek van een half uur