Ik ben niet aan de top begonnen. Ik ben van onderaf opgeklommen, trede voor trede, en heb vrijwel elke techniek en methodiek zelf in handen gehad. En uiteindelijk de eindverantwoordelijkheid gedragen, als DGA van een advies- en softwarebedrijf.
De hele keten, elke verdieping en elke verbinding, heb ik keer op keer zelf doorlopen, van de eerste modellen tot de laatste implementatie. Zelf gebouwd en laten werken, van dichtbij. Dat bedrijf runde ik twintig jaar: visie, advies en implementatie in Nederland, met een eigen ontwikkelteam in India.
Ik heb honderden projecten geleid met eindverantwoordelijkheid, vaak als adviseur, projectleider aan leverancierszijde, waaronder grote trajecten uit Europese aanbestedingen. Ik weet als manager waar strategie vastloopt tussen besluit en uitvoering, omdat ik aan beide kanten van die kloof heb gestaan.
Als enterprise architect breng ik die twee werelden bij elkaar, van strategie tot en met implementatie, en altijd mét de organisatie. Ik ken de bestuurstafel en de treden eronder, en weet wat er nodig is om ze met elkaar te verbinden.
Al dertig jaar geef ik die kennis en ervaring ook door, de laatste twintig in masterclasses die ik zelf ontwikkelde uit mijn eigen praktijk. Zo laat ik een organisatie achter met een resultaat én met mensen die het verder dragen.
Ik hoef niet meer alles tot op detail zelf te doen. Mijn rol is nu strategisch: richting geven, de samenhang beheersen en de samenwerking voeden, en dit met enthousiasme en energie voor elkaar krijgen binnen de afgesproken kaders.
Het gereedschap maakt de delen. Het verschil maak ik aan tafel.
Waar ik heb gestaan
Een greep uit veertig jaar praktijk. Werk dat ik zelf heb geleid, gebouwd en laten werken.
Vijfentwintig locaties naar één gebouw
Als facility manager bracht ik vijfentwintig locaties samen naar één centrale administratie. Informatiebeheer, gebouwen, ICT, logistiek en klantcontact tegelijk. De volgorde bepaalde of het lukte: eerst de mensen, dan het kantoor. Wie de volgorde verkeerd koos, stond stil.
Vier afdelingen, één methodiek
Twee jaar gaf ik leiding aan vier informatieafdelingen die elkaar nooit spraken, van bestuur tot utilities. Ik bracht ze samen op één taal en ordening, en legde daarmee keuzes bloot waar iedereen al jaren op stuurde zonder ze ooit te benoemen.
Een kenniskaart die zichzelf bouwde
Ik bouwde een kenniskaart die via metadata een compleet platform volautomatisch inrichtte. Casemanagement, documentbeheer, processen, CRM, HR en finance. Zonder één regel code. Het werkte, en ik kon uitleggen waarom.
Miljoenen, met eindverantwoordelijkheid
Ik leidde grote trajecten met eindverantwoordelijkheid, waaronder gewonnen Europese aanbestedingen van miljoenen. Ook de trajecten die strandden gaven de scherpste les: het lastige gesprek hoort vóór de bouw, niet halverwege.
Altijd een bouwer geweest
Waar mijn blik op organisaties vandaan komt. Van onderdelen die samen iets worden.
Bouwen sinds mijn achtste
Een spookhuis in de garage, een kermis op straat, een bloembak van baksteen voor mijn moeder. Ik ben nooit gestopt. Praalwagens, machines, datamodellen, en uiteindelijk een compleet softwareplatform.
Onderdelen die samen iets worden
Wat ik ook maakte, het bestond uit losse delen die samen iets waardevols werden. In de onderdelen, én in de samenhang. Zo kijk ik naar elke organisatie.
Het naamloze een naam geven
Mijn eerste architectuur was een woordenlijst. Ik gaf naamloze onderdelen een naam, en die lijst groeide uit tot ordening: wie doet wat, wat hoort waar, waar komt het vandaan. Daar begint grip.
Wat blijft terwijl alles beweegt
Toepassingen komen en gaan, honderdvijftig op mijn site, elk kwartaal ververst. De architectuur eronder staat stil. Ik zoek altijd het fundament dat blijft.
